logotype
Doopsgezind Zeerijp-Zijldijk Doopsgezind Zeerijp-Zijldijk Doopsgezind Zeerijp-Zijldijk

DE BIESTKENSBIJBEL van Kolhol

Er bestonden Bijbels in het Latijn, Grieks ook, maar niet in de landstalen.
Maarten Luther maakte een eigen vertaling in het Duits.
In navolging daarop maakte o.a. de boekdrukker Jacob van Liesveldt
(1490-1545) in 1526 een Nederlandse vertaling die voornamelijk gebaseerd was
op de vertaling van Luther en een Latijnse tekst (Vulgata).

Toen hij deze Bijbel in 1542 van een aantal aantekeningen voorzag, die
duidelijk op Luther teruggingen en waarin ‘de nieuwe evangelische leer’ werd
geformuleerd (met ondermeer de uitspraak ‘dat de zaligheid der mensen alleen
komt van Jezus Christus’), werd hem dit noodlottig: de Inquisitie veroordeelde
zijn Bijbeluitgaven en liet hem in 1545 onthoofden. In 1546 plaatste de
kerkelijke overheid de Liesveldtbijbel op de Index (lijst van verboden boeken).
Opmerkelijk is wel dat Jacob van Liesveldt ook Rooms-katholieke Bijbels
drukte, en officiële verordeningen tegen ketterij.

Niet alleen op het drukken van Bijbeluitgaven die de kerk onwelgevallig waren,
maar ook op het bezit ervan stonden zware straffen, ja stond zelfs de
doodstraf. Door de in hevigheid toenemende vervolgingen van de protestanten,
vooral in Brabant en Vlaanderen, vluchtten veel mensen weg, naar het
Rijngebied, naar Londen en vaak ook naar Emden in Oost-Friesland, gebieden
waar het protestantisme werd geduld en zelfs begunstigd. Onder de
vluchtelingen in Emden bevonden zich ook enkele drukkers die al snel weer
begonnen met het herdrukken van de Liesveldtbijbel.

De Liesveldtbijbel bevat verscheidene Duitse leenwoorden: afvallig, beroemd,
burgerrecht, dankzegging, dierbaar, diensthuis, eersteling, godzalig, hooglied,
klaaglied, krijgsknecht, krijgsman, krijgsvolk, lusthof, nieuweling, richtsnoer,
schriftgeleerde, slachtoffer, vreemdeling, vrijstad, zilverling en zuigeling. En
mede hierdoor zijn die woorden in het Nederlands terechtgekomen.
Maar verboden of niet, en straffen, zelfs de doodstraf, of niet, door de
Reformatie kwam er steeds grotere aandacht voor het Woord Gods, en kwamen
er steeds meer Bijbelvertalingen. De Biestkensbijbel heeft daarbij een grote en
belangrijke rol gespeeld.

In 1560 verscheen een Bijbel met onder aan de titelpagina de woorden:
Ghedruct by my Nicolaes Biestkens van Diest”. Het boek was het begin van
een lange reeks Bijbeluitgaven die van groot belang zijn geweest voor
Nederland. Was dat omdat de doopsgezinde Nicolaes Biestkens zo bekend was?
We weten niet eens zeker of hij wel echt geleefd heeft.

De meningen over Nicolaes Biestkens zijn verdeeld. Lange tijd nam men aan
dat hij uit het Brabantse Diest kwam en rond 1560 in Emden werkzaam was.
Vervolgens zou hij eerst naar Hoorn verhuisd zijn, om ten slotte in 1579 in
Amsterdam terecht te komen. Hier zou hij rond 1585 overleden zijn.
Maar volgens een latere onderzoeker kon dat niet het geval zijn, want
Biestkens had nooit bestaan! Zijn naam was alleen maar een pseudoniem
geweest voor een uitgever die in werkelijkheid Willem Gailliart geheten had,
maar die door een schuilnaam te gebruiken veiliger meende te zijn.
Weer ander onderzoek meende aan het licht te kunnen brengen dat Nicolaas
Biestkens toch echt geleefd had en verder dat hij tussen 1558 en 1562 drukker
was, net over de grens bij Zevenaar. Vanuit deze betrekkelijk veilige streek zou
hij zijn boeken naar Nederland hebben verzonden. Nadat hij in 1562 overleden
was, zou de al eerder genoemde Willem Gailliart zijn materiaal overgenomen
hebben en tevens Biestkens zoon hebben opgeleid. Zoon en kleinzoon
Biestkens zouden daarna het drukkersvak in Amsterdam hebben voortgezet en
behalve Bijbels ook een aantal liedboeken hebben uitgegeven.

Hoe het nu werkelijk is geweest, we weten het niet. Dat komt misschien wel
doordat veel onduidelijkheid veroorzaakt is door de zware tijden en de
vervolgingen waarin de drukker van de Biestkensbijbel heeft geleefd. Het
uitgeven van niet-rooms-katholieke Bijbels was een levensgevaarlijke zaak, en
reclame maken, en al helemaal voor jezelf, was letterlijk levensgevaarlijk.

                                       Titelblad Biestkensbijbel

Maar nu over deze Bijbel. Hij had niet het grote formaat dat de Statenbijbel
later zou hebben: hij was kleiner en dus makkelijker te verbergen. Verder
ontbraken er kanttekeningen, maar toch was de uitgave bijzonder omdat er
voor de eerste keer in Nederland een versindeling in stond. Zo zouden de
lezers „terstond” kunnen vinden wat ze zochten. Ook werden er hoofdletters
van het alfabet gebruikt om de hoofdstukken nader te verdelen en een register
voltooide het geheel.

Bekend is dat Biestkens doopsgezind was en daarom verwondert het ook niet
dat deze Bijbel vooral in onze kring populair geworden is en dat ook lang zou
blijven. Het doopsgezinde karakter treedt weliswaar niet altijd op de
voorgrond, maar het wordt toch ook niet verzwegen. Vertalen is vertalen, en
dat kan niet op typisch Roomse wijze of Doopsgezinde manier. Maar in het
register dat er bij gedrukt werd was dat anders.

Dat blijkt bijvoorbeeld als het gaat over het eedzweren. De doopsgezinden
waren namelijk felle tegenstanders van het afleggen van wat voor eed dan ook
en bij het onderdeel in het register over het eedzweren staat letterlijk:
sweeren en sal men in gheender manieren, noch bij den hemel, noch by der
aerden, noch by geenen anderen eedt.

De Biestkensbijbel is geen originele vertaling uit de grondtalen. De
samensteller baseerde zich op de vertaling van Luther, evenals soms op
Erasmus en andere overzettingen. En vooral steunde hij op de bekende Bijbel
van Liesveldt, waarover ik daarom net wat vertelde.
De Biestkensbijbel heeft lang dienst gedaan. In 1642, 1646 en in 1721, dus in
de tijd dat de Statenvertaling er al was, verschenen er herdrukken.
Maar meer en meer won de Statenvertaling terrein. Dat was een meer
getrouwe vertaling, dat wil zeggen dat die, voorzover mogelijk, uit de
grondtalen was vertaald. Die vertaling bleef dus dichter bij het -
vooronderstelde- origineel. En wellicht ook daarom gingen ook de
Doopsgezinden steeds meer Statenbijbels kopen en hadden zij ‘hun’
Biestkensbijbel niet langer meer nodig. Maar andere dan Statenvertalingen
waren ook bij wet door de calvinisten verboden; dat zal toch zeker ook een rol
gespeeld hebben.

Onze Biestkensbijbel is afkomstig uit de familie Dijkema van Kolhol. De laatste
naamdrager Klaas Michiel Dijkema verhuisde in 1955 van Kolhol naar Zuidlaren.
Hij was niet getrouwd en schonk de Bijbel via ds Menno Gaaikema aan de
Doopsgezinde Gemeente Zijldijk.
Het is een bijzondere Bijbel omdat hij gegevens bevat die van belang zijn door
de genealogie van verschillende families. Omdat Doopsgezinden geen
kinderdoop kennen staan er ook geen familiegegevens in doopboeken, zo die er
overigens al zijn. Maar in onze kring werd vaak in de Bijbel aantekening
gehouden van wie er geboren werd, en wanneer, en ook sterfdata werden
vermeld. Dat is met onze Bijbel ook het geval.

Onze Bijbel is van de laatste druk die ooit is gemaakt, in 1721. Was eerder al
het drukken van andere dan Rooms-katholieke Bijbels een levensgevaarlijke
aangelegenheid, in de achttiende eeuw stond er weliswaar niet meer de
doodstraf op het drukken van niet goedgekeurde Bijbels, maar was dat wel
verboden, en mochten ze ook niet gebruikt worden. De calvinistische Staten
van Stad en Lande deden andere vertalingen dan de Statenvertaling in de ban,
en zo was het drukken ervan dus verboden, maar ook het bezit, althans het
gebruik.
De dopers bleven echter nog lang vasthouden aan hun Biestkensbijbel, en
zeker in een dopers bolwerk als Kolhol, horende bij Zijldijk, al sinds de
zestiende eeuw was, bleef hij in gebruik.