Doopsgezind Zeerijp-Zijldijk Doopsgezind Zeerijp-Zijldijk Doopsgezind Zeerijp-Zijldijk

De zusterkring van de toenmalige gemeente Zijldijk was in 1929 begonnen als handwerkkrans voor nuttige kleinere handwerken. Maar de voorzitter van de zusterkring Dostah, Mw Mesdag zag ook de mogelijkheid om gezamenlijk groter werk aan te pakken.

De gemeente was op datzelfde moment aan het overwegen bij de nieuwe Avondmaalsbekers een nieuw kleed voor het Avondmaal aan te schaffen.
Die twee gedachten kwamen samen en besproken op een gemeenteavond. De mannen voelden er wel voor, als er maar passende teksten op geborduurd konden worden. De zusterkring Dostah zou voor de uitvoering zorgen.
Een tweede bijeenkomst was nodig om te delibereren over wat ‘passende teksten’ zouden zijn. Na een zondagsdienst kwamen de leden in de kerkeraadskamer bijeen en konden ze kiezen uit een aantal al voorbereidde teksten.Men koos voor “Een is de Meester en gij zijt allen broeders” en “Ik ben de wijnstok en gij zijt de ranken”.
De drie nieuw aangeschafte tafels zouden samen de afmeting van het Avondmaalskleed gaan bepalen. Als de tafels naast elkaar werden gezet zou het kleed 6,60 meter gaan meten!. Het aanbod om het kleed te gaan borduren liep met deze forse afmeting wel uit de hand, maar de Dostah-zusters hebben na enige aarzeling de uitdaging toch aangenomen.
Het benodigde linnen werd samen met een werktekening ( wijnrankmotief met druiventrossen en de gekozen teksten) geleverd door de linnenfabriek van Dissel uit Eindhoven. (Van Dissel leverde o.a. aan diverse koningshuizen!)
Eerst werden op een proeflap verschillende borduurtechnieken uitgeprobeerd. Wit D.M.C. garen 12 en 16 en een opgevulde rechte steek bleken het mooiste resultaat te geven.
En toen begon op 2 februari 1930 dan eindelijk het grote werk!
Een grote tafel was nodig om het patroon op het linnen over te brengen, op de pastorie kwam een geleende tafel voor dat doel te staan. Alle 20 zusters kregen bij toerbeurt 14 dagen de tijd om thuis de volgende twee wijnrankmotieven te borduren, dan ging het kleed in een speciaal koffertje weer naar de pastorie om op de grote tafel de volgende twee motieven op het linnen over te nemen enz
Eind februari 1931 kwam het eind in zicht. Twee zusters zoomden het kleed, het werd gewassen en gestreken en was toen voor de Avondmaalsviering klaar voor het eerste gebruik.
Elk jaar wordt voor de Avondmaalsviering het kleed voorzichtig uitgerold en gestreken met nog steeds een aantal leden van Dostah, een hele klus om die 6,60 meter zonder kreukels op de aaneengeschoven tafels te krijgen.Het wassen (op de hand!) van het oude linnen wordt alleen gedaan als er vlekken op zijn gekomen. Op een enkel roestvlekje na ziet het kleed er nog tiptop uit, het borduurwerk is goed en degelijk uitgevoerd!
Als we aanzitten bij het Avondmaal met het gestreken kleed met het glimmend gepoetste Avondmaalstel is het voor wie dit verhaal kent, hopelijk meer dan alleen een prachtig plaatje.

De werktekening van het Avondmaalskleed ligt nu opgeslagen in het Groninger Archief

Wie waren die vlijtige zusters?
H Coolman uit Oudeschip, T Edens-Reitsema, A.T Huizenga, F J Coolman, H Coolman uit Korendijk, S G Mesdag-Hijlkema, N Luteyn-de Jong, G M de Vries, A C v.d. Horst-ten Cate,
Z A Maring-Auserma, K Krim, W Doornbos, A H G Gorter, A Vogelzang, T U Nienhuis-Perdok, M Diekhuis, T van Hoorn, T Venema, E Gorter, J Gorter-Hoekinga.